De grens tussen de provincie Bentheim, de regio Emsland en Nederland liep van oudsher dwars door het Bourtangermoeras. Men kon het moeras slechts op enkele plaatsen oversteken tijdens de zomermaanden. Pas later ontstonden er paden die Emlichheim met Coevorden, Twist met Schoonebeek en Haren met Ter Apel verbonden.
Bentheim en Drenthe waren het al vroeg eens over de Grenzaa/Schoonebeekerdiep als hun natuurlijke grens. Verder naar het noorden, met de toenemende ontwatering en bebouwing van het veengebied, ontstonden al snel geschillen tussen de onderdanen van de bisschop van Münster aan de Emslandse kant en de inwoners van de provincies Drenthe en Groningen aan de Nederlandse kant. Dit kwam doordat niemand precies wist waar de grens in het veengebied liep.
Terwijl Münster, onder de beruchte prins-bisschop Bernhard von Galen, bijgenaamd "Bommen Bernd", tussen 1672 en 1674 oorlog voerde tegen Nederland, lag de focus in de 18e eeuw op vrede langs de grens en een duidelijk afgebakende grenslijn. Langdurige onderhandelingen culmineerden in een algemeen aanvaard grensverdrag in 1764. Een vrijwel rechte grens werd getrokken dwars door het heidegebied, gemarkeerd door 13 grote grensstenen op belangrijke punten.
Moor scheidt mensen
Na de Napoleontische oorlogen (1803-1815) werd de Republiek der Nederlanden het Koninkrijk der Nederlanden, terwijl het Emsland en het Graafschap Hannover werden opgenomen in het Koninkrijk Hannover. In een grensverdrag dat in 1824 in Meppen werd gesloten, het "Verdrag van Meppen", bevestigden beide partijen de bestaande grens.
Hannover en Nederland plaatsten talrijke extra grenspalen langs de grens. Toen het Koninkrijk Hannover in 1866 door Pruisen werd geannexeerd, werden er nog meer grenspalen toegevoegd. Het Duitse Keizerrijk, opgericht in 1871, voerde hoge invoertarieven in aan zijn buitengrenzen. Dit "tariefbeschermingsbeleid" was bedoeld om de import van buitenlandse goederen te belemmeren en de verkoop voor Duitse producenten te bevorderen. Veel producten, met name koffie, thee en tabak, waren daardoor veel goedkoper in Nederland dan in Duitsland. Als gevolg hiervan floreerde de smokkelhandel langs de grens al in de 19e eeuw. Hoewel de Duitsers de douanecontroles steeds verder hadden aangescherpt, waren de smokkelaars veel beter bekend met het moerasgebied.
Lange tijd heerste er absolute bewegingsvrijheid aan de grens. Mensen mochten op elk moment van de dag en op elk punt de grens oversteken – alleen goederen waarover invoerrechten golden waren niet toegestaan. Pas bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog werden er grensovergangen met vaste openingstijden voor personenverkeer ingesteld. De 'groene grens' kon niet langer worden gebruikt – althans niet officieel.
De grens is vandaag weer open.
Na de bezetting van Nederland door de Duitse Wehrmacht tijdens de Tweede Wereldoorlog (1939-1945) en de omvangrijke Nederlandse territoriale aanspraken in de naoorlogse periode, werd de grenslijn van 1764 bevestigd in een grensverdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden in de jaren zestig. Alle grenspalen kregen een nieuw, doorlopend nummeringssysteem, dat is vastgelegd op officiële grenskaarten en op de palen zelf is aangegeven met een klein metalen plaatje. In de jaren tachtig werden de douanerechten en handelsbeperkingen tussen de lidstaten van de Europese Unie geleidelijk afgeschaft. Op 1 januari 1993 werden ook de paspoortcontroles aan de interne EU-grenzen afgeschaft. Douanebeambten trokken zich terug van de grens, die sindsdien voor iedereen open is.
Auteur van het artikel “Grensgeschiedenis(en)”:
© Dr. Andreas Eiynck, Emslandmuseum Lingen