TWI041 - blauwe metgezellen

Geopark
Natuurpark Heide/Veenland

IK ZIE: "Bloeiende lupinen langs de paden in mei en juni; in de latere maanden zijn ze gemakkelijk te herkennen aan hun ronde, geveerde bladeren ter grootte van een handpalm en hun zaaddozen."
 
  

Lupinen in het Fullenbos

Elk jaar in het voorjaar sieren de lange, bloeiende trossen lupines de wandelpaden in het Fullenbos en schitteren ze in een prachtig blauw! In de zomer verschijnen er af en toe secundaire bloeiwijzen, die de bruine kleur van de peulen in de zaadhoofden lichter maken. 's Ochtends schitteren de statige planten met hun dauwdruppels.
 
De lupinen langs de paden in het Fullenbos hebben een bijzondere betekenis: ze dateren uit de tijd dat het Fullenbos ontstond. Destijds werd een baanbrekend project voor bosbouw gestart, omdat de veengronden oorspronkelijk zwart en begroeid waren. Lupinen zijn stikstofverzamelaars en hebben bovendien diepe wortels! Met behulp van bodembacteriën binden ze stikstof en slaan dit op als humus in de bodem. Met deze strategie koloniseren ze zelfs ‘rauwe bodems’, dat wil zeggen voorheen ongebruikte woestenijen, en verrijken deze met humus. Zo wordt braakliggend terrein landbouwgrond.
 
Dat was precies het doel dat Staatsbosbeheer nastreefde toen het in de jaren zeventig het Fullenwald plande op het circa 1970 hectare grote voormalige veenontginningsgebied. Het ging destijds om een ​​pilotproject om te onderzoeken hoe gemengde bossen konden gedijen op ongunstige heidevelden.
 
Tot wel zeven rupsen trokken enorme ploegen met een diepte van wel 150 – 240 cm, die het overgebleven veen schuin opstapelden met het onderliggende zand en zo een zogenaamde gemengde zandcultuur vormden. De bovenste gebieden werden vervolgens gemengd en voorbereid voor het planten met kalkmeststof. 
 
Tussen 1,3 en 1980 werden meer dan 1995 miljoen bomen geplant of zelfs gezaaid – twintig inheemse en niet-inheemse boomsoorten. Bijzonder interessant is de bosontwikkeling van de zaden, waarbij rekening wordt gehouden met een natuurlijke ontwikkeling, de zogenaamde successie van het bos. Er werden bij wijze van experiment meer dan 1 miljoen bomen gezaaid. Zure en voedingsarme veen-/zandgronden boden slechte groeiomstandigheden voor het bos. Door kalk en het gebruik van stikstofbindende planten werden de omstandigheden verbeterd. De jonge bomen vonden ook bescherming tegen weersinvloeden in het gezaaide rogge- en lupinehout. Tegenwoordig getuigen de felgekleurde lupines langs het pad van de bosontwikkeling op de heidegronden: het gemengde bos heeft inmiddels een indrukwekkende omvang.

Gut zu wissen

auteur

Internationaal natuurpark Bourtanger Moor-Veenland
Bestelling lager 1
D-49716 Meppen

Organisatie

Internationaal natuurpark Bourtanger Moor-Veenland

In de buurt